Iemand voorstellen: voici (dit is, hier is), voilà (daar is, dat is), c’est (dit is, dat is) in het Frans

Franse grammatica uitleg met Frantastique.
Verbeter je Frans en test gratis onze cursus frans online.

Test gratis uw Frans Gratis uitproberen, zonder enige verplichting
4.7/5 in de App Store, Play Store en op Trustpilot. Meer dan 8 miljoen studenten wereldwijd.

Iemand voorstellen: voici (dit is, hier is), voilà (daar is, dat is), c'est (dit is, dat is)

Om personen of dingen voor te stellen of aan te duiden, gebruik je:

voici, voilà + zelfstandig naamwoord

Dit is Théo, mijn vriend.

Hier zijn uw croissants!

c'est, ce sont (het is, het zijn) met een zelfstandig naamwoord of een tonisch voornaamwoord PRONOMS TONIQUES

Deze vrouw, dat is mijn moeder.

- Hallo, wie is dat? - Dat ben ik, Nadia.

Deze twee meisjes, het zijn mijn zussen.

Opmerkingen:

  • Om te vragen wie iemand is, zeg je C'est qui ? (informeel) of Qui est-ce ?

- Wie is het? - Wij zijn het!

- Wie is het? - Het is mevrouw Belamour.

  • Gebruik c'est (het is/dit is) + enkelvoud en ce sont (het zijn/dit zijn) + meervoud. In gesproken Frans hoor je echter vaak c'est + meervoud.

- Wie heeft het brood gegeten? Was jij het? - Oh nee, zij waren het!

- Wie is het? - Het zijn mijn ouders.

Oefening 1

Kies het juiste woord om de personen in elk van de volgende zinnen voor te stellen.

Ma meilleure amie, elle.

Mesdames et messieurs, la Présidente !

Ce monsieur, mon père.


Kies het juiste woord om de personen in elk van de volgende zinnen voor te stellen.

Ma meilleure amie, c'est 1 elle.

Mesdames et messieurs, voici 2 la Présidente !

Ce monsieur, c'est 3 mon père.

1 c'est :

Ma meilleure amie, c'est elle (Mijn beste vriendin, dat is zij). Om een persoon voor te stellen, gebruik je c'est (dat is/dit is) met nadrukvoornaamwoorden PRONOMS TONIQUES. Voorbeeld: ma mère, c'est elle, et mon père, c'est lui (dat is mijn moeder, en dat is mijn vader).

1 voici :

Voici ma meilleure amie (dit is mijn beste vriendin) is ook correct, maar met het voornaamwoord elle (zij/haar) gebruik je c'est.

1 elle est :

Je kunt wel Elle est ma meilleure amie (zij is mijn beste vriendin) zeggen, maar om iemand voor te stellen met het voornaamwoord elle (haar/zij) gebruik je c'est.

2 voici :

Mesdames et messieurs, voici la Présidente ! (Dames en heren, hier is de presidente!) Om iemand voor te stellen, hier la Présidente, gebruik je voici (hier is/zijn, dit is/zijn). Vb.: Voici Pierre, mon mari (dit is Pierre, mijn man).

2 voiture :

Voici ma voiture (Hier is mijn auto) zou kunnen, maar dat is niet bepaald vleiend voor la Présidente (de presidente)!

2 tu vois  :

Tu vois (jij ziet) voir, présent is hier niet het juiste antwoord. Voorbeeld: tu vois souvent ta copine ? (zie je je vriendin vaak?)

3 c'est :

Ce monsieur, c'est mon père (Deze meneer is mijn vader). Als de persoon die we voorstellen al benoemd is, hier Ce monsieur (deze meneer), gebruik je c'est om aan te geven wie hij is, hier mon père (mijn vader). Voorbeeld: cette dame, c'est la boulangère (deze dame is de bakster).

3 voici :

Voici mon père (Dit is mijn vader) is correct, maar voici (dit is, hier is) kan niet na ce monsieur (deze meneer) staan.

3 il est :

Il est (hij is) être, présent gebruik je om iemand te beschrijven, niet om iemand voor te stellen (zoals hier: c'est mon père (dit is mijn vader)). Voorbeeld: ce monsieur, il est vieux (deze meneer is oud).

Oefening 2

Kies het juiste woord om deze personen voor te stellen of aan te wijzen.

- Qui paye ? - vous !

- Allô, qui est-ce ? - moi.

les champions du monde !


Kies het juiste woord om deze personen voor te stellen of aan te wijzen.

- Qui paye ? - C'est 1 vous !

- Allô, qui est-ce ? - C'est 2 moi.

Voici 3 les champions du monde !

1 C'est :

- Qui paye ? - C'est vous ! (Wie betaalt? Jij bent het!, letterlijk: Het is jij!) Om een persoon aan te duiden, gebruikt het Frans c'est met een beklemtoond voornaamwoord, hier vous (u/jij) PRONOMS TONIQUES. Voorbeeld: - C'est vous le chef ? - Non, c'est lui (Bent u de baas? Nee, hij is het.)

1 Ce sont :

Ce sont (dit zijn, zij zijn) wordt gebruikt met het voornaamwoord eux (zij, hen), niet met vous. Vb.: - Ce sont tes amis ? (Zijn dit jouw vrienden?) - Oui, ce sont eux. (Ja, dat zijn zij.)

1 Voilà :

Voilà (hier is/zijn, daar is/zijn) gebruik je met een zelfstandig naamwoord, niet vóór een voornaamwoord zoals vous hier. Voorbeeld: Voilà votre café ! (hier is uw koffie!)

2 C'est :

- Allô, qui est-ce ? - C'est moi. (Hallo, wie is daar? - Ik ben het.) Vóór het beklemtoond voornaamwoord moi PRONOMS TONIQUES (mij, ik) gebruikt men c'est. Vb.: - Qui est là ? - C'est moi (Wie is daar? - Ik ben het).

2 Voilà :

Voilà (hier is, daar is) gebruik je met een zelfstandig naamwoord, niet met een voornaamwoord zoals hier (moi). Voorbeeld: voilà votre taxi, madame ! (hier is uw taxi!)

2 Voici :

Voici (dit is, hier is) gebruik je met een zelfstandig naamwoord, niet met een voornaamwoord zoals moi (mij, ik). Voorbeeld: voici ma cousine Emma (dit is mijn nicht Emma).

3 Voici :

Voici les champions du monde ! (Dit zijn de wereldkampioenen!) Om iemand of iets voor te stellen, gebruik je voici (dit is/dit zijn, hier is/hier zijn) voor een zelfstandig naamwoord, hier les champions du monde. Vb.: voici mes enfants ! (dit zijn mijn kinderen!)

3 Ceci :

Ceci (dit, deze zaak) past hier niet. Voorbeeld: ceci est ma nouvelle voiture ! (dit is mijn nieuwe auto!)

3 Ça va :

Ça va (gaat het goed) wordt gebruikt om te vragen hoe het met iemand gaat, of om te zeggen dat het goed gaat. Maar het past hier niet.

Oefening 3

Kies het juiste woord of de juiste woordgroep om deze personen en voorwerpen voor te stellen of aan te duiden.

Lui, Roger.

votre dessert, monsieur.

 - Qui a gagné ? - eux.


Kies het juiste woord of de juiste woordgroep om deze personen en voorwerpen voor te stellen of aan te duiden.

Lui, c'est 1 Roger.

Voilà 2 votre dessert, monsieur.

 - Qui a gagné ? - Ce sont 3 eux.

1 c'est :

Lui, c'est (hij, dit is) Roger (Roger). Wanneer je iemand aanduidt met het beklemtoond voornaamwoord lui PRONOMS TONIQUES (hem/hij), gebruik je c'est (dit is) om de voornaam te specificeren (hier Roger). Voorbeeld: lui, c'est Félix, mon chat (dit is Félix, mijn kat).

1 il est :

Il est (hij is) être, présent gebruik je om iemand te beschrijven, niet om iemand voor te stellen. Daarvoor gebruik je c'est (dat is/dit is). Voorbeeld: il est gentil, Roger (Roger is een aardige man).

1 voici :

Voici Roger (Dit is Roger) is correct, maar met het beklemtoond voornaamwoord lui (hem) is c'est verplicht.

2 Voilà :

Voilà votre dessert, monsieur (voilà uw dessert, meneer). In deze context gebruik je voilà (hier is, alstublieft) vóór een zelfstandig naamwoord om iets aan te bieden of te presenteren. Voorbeeld: voilà votre thé, mademoiselle (hier is uw thee, mademoiselle).

2 C'est  :

C'est votre dessert (dit is uw dessert) is op zich mogelijk, maar in deze context met een ober die iets serveert, gebruik je voilà (alstublieft, hier is). Voorbeeld: c'est votre dessert ? Il a l'air délicieux ! (is dit uw dessert? Het ziet er heerlijk uit!)

2 Il est :

Il est (het is) être, présent gebruik je om iets te beschrijven, niet om iets te introduceren zoals hier. Voorbeeld: il est bon, ce croissant ! (dit croissantje is lekker!)

3 Ce sont  :

- Qui a gagné ? - Ce sont eux (Wie heeft gewonnen? - Zij waren het). Bij het meervoud gebruik je ce sont (het zijn) samen met een meervoudig tonisch voornaamwoord, hier eux PRONOMS TONIQUES (hen/zij), om naar personen te verwijzen. Vb.: - Ce sont tes voisins ? - Oui, ce sont eux. (Zijn dat jouw buren? - Ja, dat zijn zij.)

3 Ils sont :

Ils sont (zij zijn) être, présent gebruik je om mensen te beschrijven, maar om hen voor te stellen zoals hier gebruik je ce sont (dit zijn). Voorbeeld: ils sont très forts (zij zijn heel sterk).

3 Voici :

Voici (dit is, dit zijn) staat vóór een zelfstandig naamwoord, niet vóór het beklemtoond voornaamwoord eux (hen, zij). Voorbeeld: voici mes parents, Hélène et Jacques (dit zijn mijn ouders, Hélène en Jacques).


Heb je nog steeds moeite met 'Iemand voorstellen: voici (dit is, hier is), voilà (daar is, dat is), c’est (dit is, dat is)'? Wil je je Frans verbeteren? Test onze Franse les online en ontvang een gratis niveaubeoordeling!

Dit zeggen onze cursisten over ons:

Plezier

         

Ik vind het leuk om mijn Franse taalcursussen online te volgen. Ongeveer tien minuten per dag is genoeg... Bedankt!

Innovatief

         

Ik hou van jullie innovatieve methode om een taal te leren en tegelijkertijd plezier te hebben!

Uniek

         

Jullie methode is uniek! De cursussen hebben mij geholpen om vooruitgang te boeken en vol vertrouwen naar mijn uitwisselingen in het buitenland te gaan.

Vooruitgang

         

Gymglish heeft me in staat gesteld mijn mondelinge en schriftelijke vaardigheden in het Frans te verbeteren. Een dagelijkse routine die ik niet zou willen missen!

Meer getuigenissen.

Schaaf je Frans bij en test Frantastique, cursus Frans online.