Start >> Franse grammatica >> Présenter quelqu'un : c'est ou il est ?

Présenter quelqu’un : c’est ou il est ?

Franse grammatica tips met Frantastique.
Verbeter je Frans en test gratis onze online Franse lessen.

Présenter quelqu’un : c’est ou il est ?

c’est (ce sont)
Il est (elle est/ils sont/elles sont)
+ eigennaam
C’est Victor. Het is Victor.
+ bijvoeglijk naamwoord
Il est très sympa. Hij is erg aardig.
+ zelfstandig naamwoord met lidwoord
C’est un ami. Hij is een vriend.
C’est un grand écrivain. Hij is een groot schrijver.
+ zelfstandig naamwoord zonder lidwoord (nationaliteit, beroep, religie)
Il est écrivain. Hij is schrijver.
Il est français. Hij is Frans.
Ce sont des fruits tropicaux. Ils sont délicieux. Ce sont mes fruits préférés. Ils sont très chers.
Dit zijn tropische vruchten. Ze zijn heerlijk. Het zijn mijn favoriete vruchten. Ze zijn erg duur.

Zo kom je verder...

Heb je nog steeds moeite met 'Présenter quelqu’un : c’est ou il est ?'? Wil je je Frans verbeteren? Test onze online Franse lessen en ontvang een gratis niveaubeoordeling!

Heb je een tip om fouten te voorkomen met 'Présenter quelqu’un : c’est ou il est ?'? Deel hem met ons!

Schaaf je Frans bij en test Frantastique, de online Franse lessen.