Start >> Franse grammatica >> Les emplois de c'est

Les emplois de c’est

Franse grammatica tips met Frantastique.
Verbeter je Frans en test gratis onze online Franse lessen.

Les emplois de c’est

C’est betekent ‘het is’ of ‘dat is’.
•  c’est + (mannelijk enkelvoudig) bijvoeglijk naamwoord:
C’est génial ! / C’est chaud / C’est cher. Dat is geweldig! / Het is warm / Het is duur.
•  c’est + bijwoord:
C’est ici / C’est en haut. - Het is hier / Het is daar boven.
•  c’est + vraagwoord:
C’est qui ? C’est combien ? C’est quand ? C’est où ? Wie is dat? Hoeveel is het? Wanneer is het? Waar is het?
•  c’est + zelfstandig naamwoord(en) of persoonlijk voornaamwoord (zoals moi of toi):
- Qui est-ce ? - C’est Victor. / C’est moi. -Wie is daar? -Het is Victor / Ik ben het.
- Qu’est-ce que c’est ? - C’est un gâteau. -Wat is dat? -Dat is en taart.
Ce sont wordt gebruikt voor dingen en mensen in het meervoud.
- Qui est-ce ? Ce sont mes parents. Wie zijn dat? Dat zijn mijn ouders.
- Qu’est-ce que c’est ? Ce sont mes nouvelles chaussures. Wat zijn dat? Dat zijn mijn nieuwe schoenen.
Merk op dat we in gesproken Frans meestal c’est gebruiken, ook voor zelfstandig naamwoorden in het meervoud. Bijvoorbeeld: - C’est qui ? - C’est mes parents. Wie zijn dat? Dat zijn mijn ouders.

Zo kom je verder...

Heb je nog steeds moeite met 'Les emplois de c’est'? Wil je je Frans verbeteren? Test onze online Franse lessen en ontvang een gratis niveaubeoordeling!

Heb je een tip om fouten te voorkomen met 'Les emplois de c’est'? Deel hem met ons!

Schaaf je Frans bij en test Frantastique, de online Franse lessen.