Duitse werkwoorden vervoegen

Werkwoordvervoeging

Erden

Indikativ

PrƤsens

  • ich erde
  • du erdest
  • er/sie/es erdet
  • wir erden
  • ihr erdet
  • sie/Sie erden

PrƤteritum

  • ich erdete
  • du erdetest
  • er/sie/es erdete
  • wir erdeten
  • ihr erdetet
  • sie/Sie erdeten

Perfekt

  • ich habe geerdet
  • du hast geerdet
  • er/sie/es hat geerdet
  • wir haben geerdet
  • ihr habt geerdet
  • sie/Sie haben geerdet

Plusquamperfekt

  • ich hatte geerdet
  • du hattest geerdet
  • er/sie/es hatte geerdet
  • wir hatten geerdet
  • ihr hattet geerdet
  • sie/Sie hatten geerdet

Futur 1

  • ich werde erden
  • du wirst erden
  • er/sie/es wird erden
  • wir werden erden
  • ihr werdet erden
  • sie/Sie werden erden

Futur 2

  • ich werde geerdet haben
  • du wirst geerdet haben
  • er/sie/es wird geerdet haben
  • wir werden geerdet haben
  • ihr werdet geerdet haben
  • sie/Sie werden geerdet haben

Konjunktiv

I PrƤsens

  • ich erde
  • du erdest
  • er/sie/es erde
  • wir erden
  • ihr erdet
  • sie/Sie erden

II PrƤteritum

  • ich erdete
  • du erdetest
  • er/sie/es erdete
  • wir erdeten
  • ihr erdetet
  • sie/Sie erdeten

I Perfekt

  • ich habe geerdet
  • du habest geerdet
  • er/sie/es habe geerdet
  • wir haben geerdet
  • ihr habet geerdet
  • sie/Sie haben geerdet

I Futur 1

  • ich werde erden
  • du werdest erden
  • er/sie/es werde erden
  • wir werden erden
  • ihr werdet erden
  • sie/Sie werden erden

I Futur 2

  • ich werde geerdet haben
  • du werdest geerdet haben
  • er/sie/es werde geerdet haben
  • wir werden geerdet haben
  • ihr werdet geerdet haben
  • sie/Sie werden geerdet haben

II Plusquamperfekt

  • ich hƤtte geerdet
  • du hƤttest geerdet
  • er/sie/es hƤtte geerdet
  • wir hƤtten geerdet
  • ihr hƤttet geerdet
  • sie/Sie hƤtten geerdet

II Futur 1

  • ich wĆ¼rde erden
  • du wĆ¼rdest erden
  • er/sie/es wĆ¼rde erden
  • wir wĆ¼rden erden
  • ihr wĆ¼rdet erden
  • sie/Sie wĆ¼rden erden

II Futur 2

  • ich wĆ¼rde geerdet haben
  • du wĆ¼rdest geerdet haben
  • er/sie/es wĆ¼rde geerdet haben
  • wir wĆ¼rden geerdet haben
  • ihr wĆ¼rdet geerdet haben
  • sie/Sie wĆ¼rden geerdet haben

Imperativ

PrƤsens

  • (du) Erde! / (du) Erd!
  • (wir) Erden wir!
  • (ihr) Erdet!
  • (Sie) Erden Sie!

Partizip

PrƤsens

  • erdend

Perfekt

  • geerdet
Als je moeite hebt met de vervoeging van het Duitse werkwoord Erden,bekijk dan onze Duitse lessen!!
Vatefaireconjuguer is een gratis online werkwoordvervoeger gemaakt door Gymglish. Gymglish, opgericht in 2004, creƫert leuke, gepersonaliseerde online taalcursussen: een cursus Engels online, cursus Spaans online, cursus Duits online, cursus Frans online, cursus Italiaans online en meer. Je kunt er alle Duits werkwoorden vervoegen (alle groepen) in elke tijds- en aspectvorm: PrƤteritum, PrƤsens, Futur I, futur II, Futur II, Perfekt, Plusquamperfekt, Subjonctif I, Subjonctif II, Imperativ, etc. Niet zeker hoe je een werkwoord moet Erden? Typ gewoon Erden in onze zoekbalk om de Duitse vervoeging ervan te bekijken. Je kunt ook een zin vervoegen, bijvoorbeeld 'leer een werkwoord!' Om je spelling te verbeteren, biedt Gymglish ook online cursussen Duits aan en krijg je toegang tot veel Duitse grammatica, spellings- en vervoegingsregels om de taal onder de knie te krijgen! Bekijk ook onze andere online werkwoordvervoegers: Spaanse werkwoorden vervoegen, Franse werkwoorden vervoegen, Italiaanse werkwoorden vervoegen, Engelse werkwoorden vervoegen (onregelmatige Engelse werkwoorden, modale Engelse werkwoorden).
Download gratis onze vervoeg-apps: