Start >> Franse grammatica >> É ou er ? infinitif vs participe passé

é ou er ? infinitif vs participe passé

Franse grammatica tips met Frantastique.
Verbeter je Frans en test gratis onze online Franse lessen.

É ou er ? Infinitif vs participe passé

De uitspraak van de werkwoordsuitgangen -er en is hetzelfde. Hier bekijken we wanneer de infinitief (-er) gebruikt wordt en wanneer het voltooid deelwoord ().

We gebruiken de infinitief (-er) INFINITIF:
•  na een voorzetsel: de, à, pour, par etc.
Muriel et Marcel n’arrêtent pas de parler Muriel en Marcel stoppen niet met praten.
Tu seras là pour m’aider ? Zul je er zijn om me te helpen?
•  na een werkwoord (al dan niet vervoegd)
Tu viens manger à la maison ? Kom je thuis eten?
Il ne faut pas le laisser aller se baigner tout seul. Je moet hem niet alleen gaan laten zwemmen.
•  na ne pas
Ne pas cracher Niet spugen.
We gebruiken het voltooid deelwoord (-é, -ée, -ées, -és) PARTICIPE PASSE:
•  na de hulpwerkwoorden être en avoir
Victor Hugo a été décongelé Victor Hugo was ontdooid.
Vous êtes bien arrivés ? Bent u goed aangekomen?
Muriel a voyagé en Afrique Muriel is naar Afrika gereisd.
•  als het een bijvoeglijk naamwoord is
Je suis fatigué Ik ben moe.
Ils restent étonnés Ze zijn nog steeds verbaasd.
Opmerking: verwar het voorzetsel ‘à + infinitief’ niet met het hulpwerkwoord ‘il a + voltooid deelwoord’.
Il faut mettre la pizza à décongeler Je moet de pizza ontdooien.
Il a décongelé la pizza Hij heeft de pizza ontdooid.

Zo kom je verder...

Heb je nog steeds moeite met 'é ou er ? infinitif vs participe passé'? Wil je je Frans verbeteren? Test onze online Franse lessen en ontvang een gratis niveaubeoordeling!

Heb je een tip om fouten te voorkomen met 'é ou er ? infinitif vs participe passé'? Deel hem met ons!

Schaaf je Frans bij en test Frantastique, de online Franse lessen.