Start >> Franse grammatica >> Le verbe croître au présent

Le verbe croître au présent

Franse grammatica tips met Frantastique.
Verbeter je Frans en test gratis onze online Franse lessen.

Le verbe croître au présent

Het werkwoord croître (groeien) wordt in de onvoltooid tegenwoordige tijd op de volgende manier vervoegd. Hetzelfde geldt voor de afgeleide werkwoorden décroître (afnemen), recroître(opnieuw groeien) en accroître (toenemen).
croître nl
Je croîs
Tu croîs
Il croît
Nous croissons
Vous croissez
Ils croissent
accroître nl
J’accrois
Tu accrois
Il accroit
Nous accroissons
Vous accroissez
Ils accroissent
L’AIGF accroît chaque année ses pertes financières. De financiële verliezen van de AIGF nemen elk jaar toe.
Croître heeft een accent circonflexe op de i in de vormen voor je/tu/il (je cro_î_s, tu croîs, il croît; ik groei, jij groeit, hij groeit) om verwarring te voorkomen met het werkwoord croire (geloven)(je crois, tu crois, il croit; ik geloof, jij gelooft, hij gelooft).

Zo kom je verder...

Heb je nog steeds moeite met 'Le verbe croître au présent'? Wil je je Frans verbeteren? Test onze online Franse lessen en ontvang een gratis niveaubeoordeling!

Heb je een tip om fouten te voorkomen met 'Le verbe croître au présent'? Deel hem met ons!

Schaaf je Frans bij en test Frantastique, de online Franse lessen.